Hoe specifieker je traint hoe mooier de vruchten zijn die je er van plukt. Dat is een van de bekendste boodschappen uit de trainingsleer voor hardlopers. Weet je zeker dat jouw toekomst ligt op de 10 kilometer op de weg? Haal dan alles uit de kast om resultaat te boeken op jouw specialiteit. Oefeningen, schema’s, voeding, testwedstrijden; het hele scala aan mogelijkheden zet je in voor je doel. En toch… een uitstap naar een heel ander terrein kan je veel helpen. Denk eens aan het lopen van een crosswedstrijd, met de voorbereiding die daarbij hoort.

De cross, geploeter door zand, modder, takken ontwijken en extra afzetten om natte voeten in plassen te voorkomen. Met longen die je lijf uit willen springen weet je de ene klim na de andere te doen. En dan moet je ook nog vechten voor je plek op de finishlijn. Dat is wel wat anders dan netjes over het asfalt rennen. De bossen en recreatiegebieden die het je met dat zware terrein zo moeilijk maken, maken wat los in je als hardloper. Veel hardlopers houden er wel van; naast het keurige asfalt even ploeteren door het zand.
Gelijkmatig tempo
Wil je een wedstrijd cross meedoen. Denk dan vooraf aan je tempo, houd dat gelijkmatig. Door de wisselingen in bos, zand, modder heb je al een grote variatie aan intensiteit en inzet van kracht. Probeer niet teveel je tempo te laten wisselen want dat kost je veel energie. Die energie kun je beter hebben voor de plaatsen waarop je net je tegenstander wat te snel kunt zijn. En dat valt niet mee, zeker niet op een zanderig parcours.
Plaatsen die een overgang markeren, een klimmetje of juist een afdaling, kun je gebruiken om je tegenstanders voorbij te steken. Hoe beter je die plaatsen kent, hoe makkelijker je tactische beslissingen kunt nemen over wanneer je aanvalt of nog blijft afwachten.
Verleng je pas onderaan
In Nederland zijn de klimmetjes bescheiden maar toch kunnen die je net wat meer snelheid geven om een wedstrijd naar je hand te zetten. Je kent dit effect ook vast van je wedstrijden op de weg. In een cross is dit nog sterker aanwezig. Als je bijna onderaan een afdaling zit kun je van dat moment gebruik maken om je pas te verlengen. Hoe langer je pas hoe hoger je snelheid.
Als je dit toepast moet je goed gecontroleerd kunnen dalen. Angst voor een daling zal je er van weer houden om de lange pas op te zoeken. Ook hier geldt weer, ken je het parcours goed, dan kun je deze versnellingen makkelijker toepassen. Behalve dat dit je snelheid vergroot is het natuurlijk ook leuk om even te kijken wat je tegenstanders doen als je net die pas harder gaat.
Hard werken
Boven alles is een cross een wedstrijd waarin je veel harder moet werken. Dat is perfect in je voorbereiding, als je voor jou gezien in je voorseizoen zit. Je hoeft je nog even niet bezig te houden met intervaltrainingen voor je wegwedstrijden. Het is de tijd om te werken aan je conditie. Met de cross wordt je algehele conditie sterker aangesproken dan tijdens een nette wegtraining. Het loont om je een korte tijd te richten op de cross voordat je weer je trainingen voor de weg oppakt.
Dat dit goed is voor je doelen bleek weer uit de commentaren na afloop afgelopen weekend van de Warandeloop. Atleten zoeken graag nu in de winter het zwaardere terrein op.
Nils Pennekamp liep de korte cross, 2500 meter, en pakte de vierde plek. “Hier ben ik zeer tevreden mee,” blikt Pennekamp terug. “Ik bewijs dat ik met de beste korte crossers van Nederland mee kan en daarmee heb ik een prima basisniveau voor de 800 meter te pakken.”
Raike Lenaarts liep de korte cross: “Super! Top om vandaag zilver te behalen. Het voelde heel makkelijk aan. Een mooie eerste indicator om van de zomer weer een stap te maken op de 1500 meter.”
Marc Gerlings voor ProRun©