Wekelijks schrijven Diederik van Hoogstraten (New York) en Rolf Bos (Jerusalem) elkaar een brief over hun loopervaringen in hun woonstad. Beide werken als correspondent voor de Volkskrant.
Zo'n twee decennia geleden, waarde Diederik, maakte ik een treinreis door de Copper Canyon in Mexico. Ik was wezen surfen in Cabo San Lucas, Baja California, en vandaar overgestoken naar het 'vasteland' van Mexico. In Los Mochis was ik op de trein gestapt die uiteindelijk naar Chihuahua zou sporen. Ik had gehoord van het magnifieke landschap onderweg, van de canyons, de Baranco del Cobre, de 'Koperkloof', die zelfs de 'Grand Canyon' in de Verenigde Staten naar het tweede plan zou verwijzen.

Dat wilde ik wel eens met eigen ogen zien. Ik werd niet teleurgesteld. Prachtig landschap, van diepe kloven, weidse panorama's. Ik stapte onderweg uit in Creel, een stoffig plaatsje op een hoogvlakte waar ogenschijnlijk niet veel gebeurde. Simpel hotelletje, een tweetal straten, en dan had je het wel gehad. Mannen die in de deuropening van hun huizen niks stonden te doen, volk van lanterfanteraars. Dacht ik.
De inwoners van het plaatsje, en heel het land eromheen, waren geen gewone Mexicanen, het waren indianen van de Tarahumarastam, las ik in mijn Lonely Planetgids. Ik bleef drie dagen, maakte lange 'hikes' door de canyons, zag af en toe van die indianen op kleine paardjes voorbijkomen. De nederzettingen die ik onderweg op mijn trektochten tegenkwam, oogden armzalig. Als ik een vergelijking mag maken: de bedoeïenen die ik in Israël en Palestijnse gebieden hier tijdens mijn zaterdagse 'hikes' ontmoet, zijn net zo gehuisvest. Houten krotten, met golfplaten als dak, geiten, soms wat kamelen.
Enfin. Het was een mooie trip, destijds. Ik kwam terug in Nederland en daar kocht ik een paar jaar later, bij de Slegte notabene (!), het boek De Mens als Duurloper van de helaas te vroeg overleden ultraloper Jan Knippenberg. In dat boek, dat anno 2011 nog steeds een van de beste hardloopboeken ooit is, zo niet hét beste, was ook een hoofdstuk opgenomen over de magische Tarahumara-indianen, diezelfde stam die ik een paar jaar eerder had bezocht in de Mexicaanse Sierra's.
Bleek dat 'volkje van lanterfanteraars', dat ik een paar jaar eerder op die hoogvlakte nabij de Koperkloof luierend in de deuropeningen van hun optrekjes had zien staan, te behoren tot een mythisch hardloopvolk. Van het oerlopende genre als de Masai en de Kalaharibosjesmannen. Taaie jongens die uren- zo niet dagenlang kunnen hardlopen.
De Tarahumara, schreef Knippenberg, waren ultralopers bij uitstek, beoefenaars van een soort voetbal waarbij de bal urenlang in de natuur wordt voortgejaagd. Het hele land als voetbalveld, waarde Diederik.
Ze hadden zelfs meegedaan aan de Olympische Spelen van 1928 – ja, die van Amsterdam. Het tweetal had niets van de 42 kilometer begrepen, had zonder enig tactisch plan gelopen. José en Arturo kwamen minuten na de Algerijns-Franse winnaar over de streep in het Olympisch Stadion. En, ze liepen gewoon dóór! 'Too short, too short', riepen ze nog naar verbaasde verslaggevers, voordat ze weer, hardlopend, het stadion verlieten.
Hoe het verder met Arturo en José afliep vertelt het verhaal niet. Maar ik kan me zo voorstellen dat ze een paar dagen later ergens onder Parijs door verbaasde gendarmes van de weg zijn gehaald.
'Mijn' Tarahumara-indianen spelen ook een hoofdrol in dat andere schitterende hardloopboek, De geboren Renner van Christopher McDougall, dat in 2008 verscheen. De auteur beschrijft zijn queeste naar de oorsprong van het hardlopen. Hij wordt onderweg een missionaris van het blote voeten lopen, en komt uiteraard uiteindelijk in de vermaarde Koperkloof uit.
De finale vormt de beschrijving van een lange ultraloop door de canyons, waarbij Tarahumara-indianen (een heeft het bijnaam 'Het Hert') lopen tegen 'westerse' atleten (een van hen heeft de bijnaam 'Barrevoetse Ted'). De eindsprint na urenlang lopen gaat tussen de bekende Amerikaanse ultraloper Scott Jurek en Tarahumara-legende Arnulfo Quimare, die nog nooit van rekken en strekken gehoord heeft.
Er zijn foto's van het tweetal op internet te vinden. Scott met wapperende haren, op mooie hardloopschoenen, Arnulfo in een soort rode cape, met aan de voeten... - ja, wat zijn dat? Sandalen?

De oerloper versus de moderne loper, het zal duidelijk zijn wie won.
Net als het klassieke boek van Knippenberg, is De Geboren Renner zo'n boek dat je steeds opnieuw ter hand kunt nemen. Boeken die bronnen vol inspiratie bieden voor de gewone, modale dravers, stervelingen als jij en ik, waarde Diederik.
PS. Er wordt jaarlijks in de Baranco del Cobre een ultraloop gehouden, en gewone stervelingen kunnen meedoen. Ik krijg nu al zin. Al is het maar voor een kort stukje.
Rolf Bos
Rolf Bos, al minstens dertig jaar hardloper, is correspondent voor de Volkskrant in Jeruzalem. In een vorig leven was hij atletiekverslaggever voor diezelfde krant. Ook stond hij aan de wieg van literair hardlooptijdschrift '42'. Verhalen van hem zijn opgenomen in boeken als 'Running High', 'Sport, de 141 beste Nederlandse en Vlaamse sportverhalen van 1945 tot nu' en 'De Sportcanon, de sportgeschiedenis van Nederland'. Hij wisselt deze column om de week af met zijn hardloopvriend Diederik van Hoogstraten, correspondent te New York.